menu

De meest gerede werkgever

Over een heel leven gezien doorlopen mensen vaak een boeiende carrière. Neem de loopbaan van Willem de Groot. Het was rond 1950 dat hij als zeventienjarige jongen zijn loopbaan begon bij een metaalbuizenfabriek, waar hij als bankwerker metalen buizen moest draaien. Daarna werkte hij enkele jaren als assistent machinist op de wilde vaart, in de machinekamer op het motorstoomschip de Aurora. Tijdens de daaropvolgende militaire diensttijd was De Groot naar eigen zeggen ‘zandhaas’ en moest oefeningen doen in de buitenlucht. Er volgden enkele jaren waarin De Groot werkte als pompmachinist bij een petrochemisch bedrijf, waarbij hij pompen bediende voor de bewerking van olie. En uiteindelijk heeft Willem de Groot 35 jaar gewerkt bij een gemeentelijk vervoerbedrijf. Eerst was hij monteur bij onderhoud en reparatie van trams in de remise. Daarna werd hij tijdschrijver en uiteindelijk trambestuurder. Van de wilde vaart tot trambestuurder, dat is een afwisselend arbeidzaam leven.

Eind 2018 werd bij Willem de Groot longvlieskanker geconstateerd. In één klap kwam zijn carrière in een ander daglicht te staan. Van deze kanker is namelijk maar één oorzaak bekend en dat is blootstelling aan asbest. De Groot meldde zich aan bij het Instituut Asbestslachtoffers (IAS). In januari 2019 komt een medewerkster van het IAS bij hem thuis voor een persoonlijk interview. Het carrièreverloop wordt opgetekend, met de nadruk op wanneer hij met asbest in contact is geweest.

“Op de Aurora werkten we regelmatig met asbestkoord en pakkingen. De stoomleidingen in de machinekamer waren geïsoleerd, ik weet niet zeker of het met asbest was. Maar we moesten regelmatig de isolatie, waaromheen wit verband was bevestigd, verwijderen om een reparatie te verrichten.” De Groot weet ook stellig wanneer hij níet met asbest in contact heeft gestaan. In de metaalbuizenfabriek heeft hij alleen met metalen buizen gewerkt en tijdens militaire dienst is hij ver gebleven van het onderhoud van voertuigen. Ook bij het petrochemisch bedrijf kan hij zich niet herinneren in de buurt te zijn geweest van plaatsen waar zich asbest bevond of werd verwerkt.

Anders is het bij het werk in de remise van het gemeentelijk vervoerbedrijf. Hij noemt een bepaald type Zwitserse wagon, die van binnen geheel met asbest was geïsoleerd. “Als er een aanrijding was geweest moesten we met onze handen het asbest verwijderen. We moesten dan weer nieuwe asbestisolatie in de wanden aanbrengen. Het asbest deden we eerst in een emmer met water zodat het kneedbaar werd en plaatsten deze vervolgens tegen de wanden.” Ook bij het gewone onderhoud en de reparatie van tramtoestellen was er blootstelling aan asbest: “De grote asbesthoudende remschoenen moesten worden schoongespoten of verwijderd en vervangen worden.”

Na afloop van het huisbezoek dient het IAS vervolgens aan een van de vroegere werkgevers een verzoek te richten over bemiddeling van de schade door de asbestblootstelling. Maar welke werkgever? Naar eigen zeggen is De Groot blootgesteld aan asbest op de grote vaart en bij het gemeentelijk vervoerbedrijf. Het is verder niet ondenkbaar dat er bij de metaalbuizenfabriek en het petrochemisch bedrijf ook enige blootstelling heeft plaatsgevonden, al kan het slachtoffer zich daar niets over herinneren.

Het IAS heeft in een interne procedure vastgelegd hoe bij dit soort kwesties te handelen. Een aantal punten moet worden gewogen, zoals het beroep van werknemer, de duur van de arbeidsovereenkomst en de asbestblootstelling die daar heeft plaatsgevonden, het laatst mogelijke moment van asbestblootstelling, de intensiteit en de frequentie van asbestblootstelling. Op basis daarvan wordt bepaald welke werkgever de ‘meest gerede werkgever’ is. Vervolgens stuurt het IAS aan deze meest gerede werkgever het verzoek om te bemiddelen over de schadevergoeding. Hieruit volgt dat een werkgever die niet meer bestaat niet de meest gerede werkgever kan zijn.

Er vindt soms tijdens een bemiddeling discussie plaats, wanneer een werkgever zich er niet in kan vinden de meest gerede werkgever te zijn. Het IAS zal dan weergeven op basis van welke factoren tot deze keuze is gekomen. Ook is het mogelijk dat een werkgever zelf een beschrijving geeft van feiten en omstandigheden van de asbestblootstelling, die een nieuw licht werpen op de zaak. Dit kan ertoe leiden dat het IAS volgens de procedure een andere werkgever als de meest gerede werkgever beschouwt en met deze werkgever een bemiddeling start.

In het dossier van Willem de Groot was er gelukkig geen discussie over wie de meest gerede werkgever was. De Groot beschikte over een document van het vervoerbedrijf waarin de asbestblootstelling werd erkend. Het normbedrag voor de schadevergoeding werd betaald in juni. In dezelfde maand is De Groot overleden.

Jan Warning, september 2019
Directeur Instituut Asbestslachtoffers

j.warning@ias.nl

N.B. De namen van het asbestslachtoffer en het motorstoomschip zijn gefingeerd.